Nieuwsberichten

Klik op onderstaande kopjes om de nieuwsberichten te lezen.

 

 

Bericht uit Brazilië

Mocht u op vakantie gaan naar Brazilië en terecht komen in Virginópolis,
dan is de kans groot dat u in een wijk terecht komt waar op de naamborden Nederlandse namen staan.


Hoe kan dat?


De genoemde zusters hebben zich ingezet voor de totstandkoming van een ziekenhuis en ouderenzorg.
Als eerbetoon aan onze zusters die daar gewerkt hebben zijn straten naar hen vernoemd. Ook is de naam van zuster Augustini te vinden op de borden,
zij was in die tijd Algemeen Overste.

                                             

 

Dominicaans Nieuws

Pier Georgio Frassati (1901 – 1925) was een jongen uit Turijn (Italië), die als voorbeeld voor de jongeren van tegenwoordig wordt gesteld. Hij heeft eigenlijk niets bijzonders gedaan in zijn korte leven, maar leefde zijn gewone christelijke leven met buitengewoon veel liefde voor God en voor de mensen. Hij hield van bier en sigaren, had berg beklimmen als hobby en was lid van de derde Orde van de Dominicanen. Op 24-jarige leeftijd stierf hij als gevolg van polio. Jongeren beschouwen hem als ‘één van ons’ en hij wordt gezien als het ‘boegbeeld’ voor de synode over ‘jongeren, geloof en roeping’ die in oktober volgend jaar zal worden gehouden. Daarbij zal het gaan om jongeren van 16 tot 29 jaar en de vraag hoe de Kerk hen het beste kan helpen bij het zoeken naar hun roeping.

 

De Dominicanessen in Irak wonen nog steeds in Iraaks Koerdistan. Ze zijn erheen gevlucht toen ISIS Qaraqosh veroverde en hebben er al meer dan twee jaar andere vluchtelingen geholpen door voedsel uit te delen, maar ook door scholen op te richten. Qaraqosh is intussen bevrijd, maar vrijwel alles is er verwoest en het zal dan ook nog wel even duren vóór de zusters naar hun vroegere klooster terug kunnen gaan.

 

Zr. Maria Grazia is een moniale in het Dominicaanse klooster ‘H. Maria van de Sneeuw en H. Dominicus’ in Pratovecchio (Italië). Voor haar 25-jarig Professiefeest had ze een heel bijzondere wens: ze wilde haar vrienden in de gevangenis bezoeken aan wie ze al jarenlang brieven heeft geschreven.
Zo liep ze in de gevangenis over lange gangen, waar je het geluid hoorde van elke voetstap en van elke sleutel die werd omgedraaid. Er werd een ontmoeting georganiseerd met de hele bevolking van de gevangenis. Zr. Maria Grazia en twee andere sprekers mochten hun verhaal vertellen. Na afloop bedankte een moslim gevangene hen en sprak de hoop uit dat deze ontmoeting een brug zou slaan tussen haar en hen.

 

 

Boekbespreking: De waterdruppel

Hoe langer een blinde leeft, hoe meer hij ziet. Aldus een Joods spreekwoord vol doorleefde werkelijkheid en diepzinnige wijsheid.
Toen mijn vader vroeg: zullen we zondag naar de kerk gaan, vond ik dat leuk. We schrijven 1937 en ik was elf jaar. Ons gezin is dan nog niet (rooms)-katholiek, maar toen het een half jaar nadien met alle daartoe vereiste rituelen in de kerk was opgenomen wist die zich omgeven door de synagoge.
Links en rechts woonden namelijk onze Joodse buren. Van God wist ik hoegenaamd niets, maar de Joden waren goede vrienden. Een mensenleven later en een schat aan ervaringen rijker, begrijp ik nu dat toen mijn verhaal met God begon.


Het gelovig milieu, dat mij in hoog tempo weldra omsloot, hielp mij het bestaan van God als vanzelfsprekend te aanvaarden. Later, door de godsbewijzen van Thomas van Aquino stevig onderbouwd, was er geen wrikken meer aan. Totdat leven en werken mij onderdompelden in die paradijselijke vijver van catechese en exegese, waar ik tot een daadwerkelijk lezen van de bijbel kwam en daarover systematisch met anderen begon te spreken. Om het met mijn tijdens de Shoa omgekomen Joodse buren te zeggen: ik ontdekte de weg of de Torah.
Alle godsbeelden sneuvelden totdat Johannes, begenadigd catecheet en evangelist, me bij de hand nam en leerde: niemand heeft ooit God gezien, maar wie Jezus van Nazaret ziet heeft de Vader gezien.


Vertaal bijbel met menswording, beschouw leven als een waterdruppel langzaam naar het einde reikend, en je bent ‘weg van God’.
Ernst Marijnissen is dominicaan en werkzaam in leerhuis en bezinning. Hij publiceerde verschillende boeken, o.a. een commentaar op het Johannesevangelie (1987-1992),
de Jozefverhalen (1998) en het Hooglied (2009).

 

 

 

 

Overleden: Zuster Maria Augustini van den Heuvel o.p.

Op 89 jarige leeftijd overleed op 15 augustus zuster Augustini van den Heuvel o.p.


Marian was de eerste in een gezin van vijf kinderen.
De betekenis die haar vader heeft gehad voor de gemeente Bergharen en voor het verzet in de oorlog vervulde haar met trots.
Voor zij intrad had zij al studies gevolgd, waarvan sommigen vanwege ziekte en een zwakke gezondheid niet voltooid konden worden. Later bleef zij studeren, zich ontwikkelen: theologie, liturgie, de kerkvaders, vooral Augustinus en zij had veel interesse in de politiek: dagelijks volgde zij actualiteitenprogramma’s.

 

In 1953 trad zij in en deed in 1955 haar professie.
In de congregatie werd zij voor verschillende functies gevraagd en steeds was zij bereid deze te aanvaarden. Ze zei het zelf zo: ‘Ik vroeg niet, maar werd gevraagd’.
Enkele jaren deed zij administratief werk, maar al spoedig werden haar leidinggevende functies toevertrouwd. Zo werd zij in 1959 leidster op het internaat voor de kwekelingen. Daar bleek al haar vermogen zich in anderen in te voelen.

 

Zij werd novicemeesteres. De vorming van novicen bleek een zware taak. “Maar ik heb er veel van geleerd”, zei ze later. Deze positieve instelling bleek kenmerkend voor haar.
Enkele jaren was zij personeelsfunctionaris bij de Sociale Werkplaats in Oss. In die functie kwam haar talent om mensen tot hun recht te laten komen aan het licht.

 

Toen zij overste van de communiteit in Goor werd, kwamen haar ‘opbouw’- kwaliteiten tot bloei. Ieder had een door de anderen te gewaardeerde eigen taak. Het resultaat was een grote saamhorigheid.
Zo onhandig als Augustini was op huishoudelijk gebied, zo talentvol bleek zij te zijn als gastvrouw. Zij kon heel goed contact leggen met mensen, en maakte van Huize Heeckeren een open en gastvrij huis.
En wat was zij trots op de voltooiing van de restauratie van het Koetshuis en het bezoek, in 1988, van de koningin aan Huize Heeckeren.

 

Drie periodes was zij lid van het bestuur, twee periodes algemeen overste van de congregatie. Als bestuurder gaf zij royaal ruimte aan zusters, maar zij kon ook streng zijn.

Niet lang nadat zij haar laatste bestuursperiode had beëindigd ging zij in Catharinahof wonen. Ook daar zette Augustini zich in voor de gemeenschap: als lid van de bewonersraad, de werkgroep bezinning en viering, als koorlid en cantrix.
In de kracht van haar leven was Augustini een toonbeeld van stijl en waardigheid, met een grote liefde voor de schoonheid in traditie, kunst en liturgie.

 

Haar gezondheid was en bleek zwak, maar de laatste jaren moest zij steeds meer inleveren aan lichamelijke en geestelijke veerkracht.

 

Augustini geloofde dat God de bron is van het menselijk vermogen om schatten als parels in elkaar op te delven.
Tot slot woorden van Augustinus:
In God geborgen.
Daar zullen we rust vinden en zien,
zullen wij zien en liefhebben,
zullen wij liefhebben en lofprijzen.
Dat is het wat er op het einde zonder einde zal zijn.
Want welk ander einde is er voor ons
dan het bereiken van dat Rijk dat nooit een einde vindt?
                                                                        "de Stad van God" XXII 30.5    

                                                                                          
 

 

Overleden: Zuster Maria Antonia Suermondt o.p.

Op 96 jarige leeftijd overleed op 25 augustus zuster Antonia Suermondt o.p.

 

Riek komt uit een gezin van zeven meisjes. Haar moeder sterft jong.
De meisjes worden kort opgevangen in een klooster in Batenburg,
want haar vader trouwt opnieuw, met de zus van haar moeder.

 

Als Riek intreedt bij de zusters Dominicanessen is zij 17 jaar.
Als zuster Antonia bekwaamt zij zich in handwerken en creatieve handvaardigheid en geeft - bijna dertig jaar - les op scholen in Westervoort, Blaricum, Naaldwijk, Den Haag, Amsterdam en Laren.
‘Je hoeft het zelf niet zo goed te kunnen, om les te geven’, zei ze eens.



In 1969 vertrekt zij naar São Paulo in Brazilië. De deur van Casa São Domingo, waar zij gaat wonen, gaat al snel open voor straatkinderen, een ongehuwde moeder met haar kind en andere verschoppelingen.
Door haar wijze inzicht wordt het huis tegelijk een pension voor rijke en arme studenten. De rijken betalen voor de armen. Zo ontvangt de een toekomstperspectief en krijgt de ander de gelegenheid dat perspectief te bieden.
Alles wat zuster Antonia verder onderneemt is gebaseerd op haar overtuiging van het belang van wederzijdsheid.
Zij mobiliseert mensen, maakt hen enthousiast, ja, ‘medeplichtig’.
Zij herkent talent en legt verbindingen tussen mensen uit alle lagen van de samenleving.
De oprichting van een stichting, met de naam APIS, waarborgt voor de toekomst
wat zuster Antonia beoogt: “de een helpt de ander”.
Afgestudeerden inspireert zij vervolgens zich in te zetten voor gemotiveerde beginners. De stichting APIS wordt AMAPE en is dan in handen van Braziliaanse mensen: “Studenten voor studenten”.
Haar verlangen om mensen toekomstmogelijkheden te geven, maakt haar vindingrijk en zeer ondernemend. Naast studiebeurzen vindt zij woonplaatsen en werkplekken waardoor steeds meer jonge mensen kansen krijgen zich te ontwikkelen en daarmee armoede te overwinnen.



Zuster Antonia was bedreven in het vinden van geldbronnen zowel in Brazilië als in Nederland. Zij durfde op vermogende mensen en instanties af te stappen en benutte kennissen en hun kwaliteiten. Als zij tussendoor in Nederland was, preekte zij in vieringen waarbij de collecte werd bestemd voor het Braziliaanse project.
Uitgenodigd bij de Berend Boudewijnshow bestemde zij de winst van het spel en de verviervoudiging van het bedrag erna, voor het realiseren van crèches voor straatkinderen.

 

In 1991 kwam zij voorgoed terug in Nederland. Ook hier bleef zij zich nog twaalf jaar onvermoeibaar inzetten. Deze inzet had als resultaat een nieuwe stichting, Sobras: ‘Studenten hier, voor studenten in Brazilië’.

 

Toen haar eens werd gevraagd wat zij belangrijk vond in haar leven antwoordde zij: “Iets doen aan het geluk van de ander en zelf dat geluk niet ontlopen!
Zij zong graag en mooi. Voor haar was godsdienst “dienst aan mensen”,
“de zaak van God in deze wereld behartigen”.

 

Vanaf 2004 tot aan haar dood woonde Antonia in Nijmegen. De laatste jaren verloor zij steeds meer van haar gezichtsvermogen, haar geheugen en geleidelijk ook van besef van haar omgeving, maar zij bleef vriendelijk.

 

Maar laten wij ons aansluiten bij de woorden die zij eens ontving:
“Lieve zuster Antonia, wij loven en danken God voor de gave van uw leven”.

 

 

 

Hoe het 800 jaar geleden begon ...

Het leven van Sint Dominicus (1170 - 1221) begon - zoals dat van de meeste andere kinderen - samen met zijn familie en vrienden. Zijn ouders waren in goede doen, maar niet echt rijk.
Het was een vroom gezin. Er waren al twee zonen aan het studeren voor het priesterschap. Maar intussen hadden ze een redelijk normaal leven in Caleruega, in Oud-Castilië.

 

Toch waren er wat vroege aanwijzingen voor een grote toekomst. Vóór zijn geboorte had Juana, de moeder van Dominicus, een visioen. Ze zag een hond met een vlammende toorts in zijn bek, die tijdens het lopen de hele wereld in vuur en vlam zette. Dat werd geïnterpreteerd als een teken dat haar zoon de wereld in lichterlaaie zou zetten met het Evangelie. Ook verscheen er bij zijn doopsel een soort ster op het voorhoofd van Dominicus.
Dat heeft ertoe geleid dat de toorts en de ster symbolen zijn geworden van Sint Dominicus en van de Orde die hij heeft gesticht.

 

Hoewel hij een andere kant op had kunnen gaan, volgde Dominicus in de voetstappen van zijn broers en begon hij aan zijn studie voor het priesterschap. Terwijl hij daarmee bezig was, brak er een hongersnood uit en hij is erom bekend dat hij zijn boeken verkocht (het middeleeuwse equivalent van de tegenwoordige computer of smartphone!). Hij gebruikte het geld om voor de armen te zorgen.
Deze edelmoedige jongeman werd kort daarna tot priester gewijd en sloot zich vervolgens aan bij een religieuze gemeenschap in Osma. Hij stelde zich waarschijnlijk een eenvoudig en rustig leven voor. Maar God had, naar het schijnt, andere plannen.

Father Dominic McManus, OP


 

 

Bidden voor elkaars intenties helpt

Als Dominicanessen vormen wij een gebedsgemeenschap.
Bidden is een belangrijke pijler in ons leven.
Door samen te bidden getuigen wij aan elkaar, dat Christus onder ons aanwezig is.
Onze verbondenheid met Christus, onze bezinning en gebed brengen ons ook dichter bij God.

Wij leggen ons leven in Gods Hand en zijn ervan overtuigd dat hij ons bidden en onze intenties hoort.
Dit beperkt zich niet alleen tot ons eigen leven. Wij willen graag anderen “meenemen” in ons gebed. Wanneer u een intentie hebt waarvoor wij samen kunnen bidden …….. kijk bij het kopje “Bidden” om de intentie op te geven.